Verkiezingsprogramma 2014-2018

1 Inleiding

1.1 Richtingwijzers

De uitgangspunten van D66 zijn vastgelegd in vijf ‘richtingwijzers’. Deze geven richting aan het denken en de ideeënvorming binnen de partij, maar hebben niet de status van dogmatische waarheden.

1.1.1 Vertrouw op de eigen kracht van mensen

Wij vertrouwen op de eigen kracht en ontwikkeling van mensen. Daarom zien we de toekomst met optimisme tegemoet. Mensen zijn zo creatief dat ze steeds opnieuw zelf oplossingen vinden. Wij willen dat de overheid deze kracht, vindingrijkheid en creativiteit van mensen ondersteunt en ruimte geeft. De sleutel voor verandering ligt bij mensen zelf en wij willen dat de overheid daarbij aansluit. Wat mensen voor zichzelf en anderen kunnen doen is veel belangrijker en effectiever dan wat de overheid kan doen.

1.1.2 Denk en handel internationaal

Samenlevingen zijn op steeds meer verschillende manieren met elkaar verbonden. Wij staan open voor de gehele wereld en sluiten niemand uit. Bij alles wat we doen, vragen we ons steeds af welke effecten dat heeft op anderen in deze wereld. Wij onderkennen dat Europa steeds meer ons binnenland wordt. Internationale samenwerking en economische vooruitgang zijn de sleutels naar een wereld met minder oorlog en conflicten. Daarbij handelen wij steeds pragmatisch, nuchter en op basis van feiten.

1.1.3 Beloon prestatie en deel de welvaart

Mensen zijn niet gelijk, wél gelijkwaardig. Mensen zijn verschillend en wij willen dat de overheid ruimte laat voor die verschillen. Wij streven naar economische zelfstandigheid voor zoveel mogelijk mensen en vinden dat mensen die uitmuntend presteren daarvoor een beloning verdienen. Wij willen een dynamische, open samenleving waarin iedereen de ruimte krijgt om zijn eigen beslissingen te nemen en iedereen zich op zijn eigen manier kan ontwikkelen. Wij vinden het vanzelfsprekend om welvaart met elkaar te delen. We willen dat zoveel mogelijk mensen meedoen in het maatschappelijk en economisch proces, want daar worden we allemaal beter van. Voor mensen die zichzelf niet kunnen redden, dragen we een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

1.1.4 Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving

Wij willen de wereld om ons heen tegemoet treden met respect en mededogen. Dat geldt voor de mensen om ons heen en voor onze omgeving. De aarde is niet van ons en dus geen gebruiksartikel. We willen stoppen met het uitputten en vervuilen van onze leefomgeving. We willen dat in de discussie over natuur en milieu niet het behoud, maar de aantasting van natuur en milieu beargumenteerd wordt.

1.1.5 Koester de grondrechten en gedeelde waarden

De fundamentele waarden van onze samenleving zijn vrijheid voor en gelijkwaardigheid van ieder mens, ongeacht opvattingen, geloof, seksuele geaardheid, gerichtheid of herkomst. Lichamelijke integriteit, geweldloze oplossing van belangenconflicten en een respectvol gehanteerde vrijheid van meningsvorming en uiting, inclusief respect voor onze democratische rechtsstaat, zijn voor ons centrale waarden. Die waarden zijn universeel en zonder meer bovengeschikt. Wij beschermen de grondrechten van onszelf en anderen.

1.2 Speerpunten en centrale thema’s

Voor D66 Enschede zijn twee thema’s dusdanig belangrijk dat deze geen aparte hoofdstukken hebben gekregen in dit programma, maar er geheel in verweven zijn. In de hoofdstukken zullen deze onderwerpen daarom als rode draad terugkomen, of aan de hand van een specifiek onderwerp toegelicht worden.

1.2.1 Duurzaamheid

Duurzaamheid is meer dan alleen het terugdringen van CO2-uitstoot of het behoud van groen en milieu. Duurzaamheid betekent dat je niet opmaakt wat onvervangbaar is, zeker niet ten koste van toekomstige generaties.

Iedereen heeft een verantwoordelijkheid in het mooier maken en leefbaar maken van onze samenleving. Dit doe je door samen, net als vele generaties voor ons, te investeren in elkaar en in de toekomst en niet door op de zak te teren van toekomstige generaties. Dit geldt voor het milieu, maar is voor D66 een grondhouding in alles wat wij doen.

1.2.2 Financiën

Ook de gemeentefinanciën moeten duurzaam en houdbaar zijn. D66 wil een realistisch bestuur voor Enschede, met een gezonde financiële positie. Te veel jaren is op de pof geleefd en zijn grote risico’s voor de toekomst aangegaan met het oog op eeuwigdurende economische groei. D66 wil geen creatieve boekhouding, met een gemeentebegroting die een voorschot neemt op een onzekere toekomst.

D66 wil investeren in mensen. Mensen die geloven in hun eigen kracht en talenten. Kinderen die goed onderwijs krijgen in schone, klimaatneutrale schoolgebouwen. Investeren in mensen is de meest duurzame investering in onze toekomst die we kunnen doen.

1.3 Samenvatting

1.3.1 Ruimte om samen te leven

D66 gelooft in de kracht van mensen. Dit impliceert een (lokale) overheid die goed bedenkt welke rol zij heeft in de samenleving om ook ruimte te geven aan het individu. Ruimte om samen te leven; een dienstbare overheid. Een overheid die mensen, bedrijven, (vrijwilligers)organisaties en de economie stimuleert en – waar mogelijk – actief faciliteert en initiatieven ondersteunt. Maar een overheid die zo min mogelijk stuurt en eigen initiatief neemt. Dit kunnen individuen, groepen en organisaties vaak veel beter en met meer inzet en passie.

1.3.2 Economie en werk

Het economisch beleid van D66 kent drie pijlers:

  1. Focus op globale, Europese en nationale ontwikkelingen
  2. Oog voor lokale ontwikkelingen
  3. Focus op een circulaire economie, een economie die uitgaat van hergebruik van grondstoffen

Administratieve barrières worden op initiatief van D66 geslecht, zodat het makkelijker wordt voor Nederlanders om in Duitsland te werken, en andersom.

1.3.3 Stedelijke ontwikkeling

In de visie van D66 zet de gemeente op het gebied van stedelijke ontwikkeling voornamelijk in op het stimuleren en verbinden van initiatieven die in de stad ontstaan en reguleren waar kaders nodig zijn. De gemeente laat de markt ruimte om woningen te bouwen gericht op demografische veranderingen in de toekomst. Grondprijzen moeten daarom dalen. Omdat het groen om de stad ons heel veel waard is, kiezen we zo veel mogelijk voor inbreiding in plaats van nieuwe uitleggebieden.

1.3.4 Leefomgeving

Wat D66 betreft ziet de overheid erop toe dat regels worden nageleefd en afspraken worden nagekomen, maar voert zij niet zelf uit. De uitvoering wordt gedaan door marktpartijen en partners in de stad. De gemeente stelt zichzelf op als partner naast andere partners in de stad om gezamenlijk problemen aan te pakken. De partners krijgen daarbij naar rato zeggenschap.

1.3.5 Wijkontwikkeling, zorg en welzijn

D66 gaat uit van wat mensen wél kunnen, in plaats van wat ze níet kunnen. Dat geldt ook voor mensen die in meer of mindere mate zorg en welzijnsdiensten nodig hebben. Zorg en welzijn dienen erop gericht te zijn dat mensen zo lang en zoveel mogelijk zelfstandig en zelfredzaam blijven, waarbij de kwaliteit van leven zo groot mogelijk is. Mensen voeren zoveel mogelijk de regie over hun leven.

1.3.6 Opgroeien en ontwikkeling

D66 is voorstander van het verder ontwikkelen van brede scholen naar ‘alles-in-een-scholen’ of integrale kindcentra. Dit is het nauwer samen laten werken van kinderopvang, voorschoolse educatie, buitenschoolse opvang, sport en cultuur en de school onder één leiding. Wat D66 betreft voert de gemeente of het samenwerkingsverband geen protocollen of urenschema’s in voor professionals. De overheid geeft professionals de ruimte en stuurt op kwaliteit van dienstverlening.

1.3.7 Dienstverlening

D66 gaat uit van de gedachte dat de overheid dienstbaar is aan de samenleving en niet andersom. Vanuit deze gedachte stelt de overheid zich steeds de vraag of een taak door haar moet worden uitgevoerd of dat dit aan de maatschappij overgelaten kan worden.

1.3.8 De luchthaven

In aanloop naar de raadsperiode 2010-2014 is door D66 een helder standpunt ingenomen over de ontwikkeling van Twente Airport. Tijdens deze raadsperiode zijn Enschede en Overijssel tot overeenstemming gekomen met een exploitant en zal de luchthaven vermoedelijk toch in ontwikkeling genomen worden. D66 heeft zich destijds verzet en later altijd kritisch opgesteld tegenover de doorstart van de luchthaven. Niet omdat we tegen werkgelegenheid of internationale handel zijn, maar omdat het ten koste gaat van het groene hart van Twente en de plannen zonder overheidssteun onrealistisch en onhaalbaar zijn. Bij verdere stappen zullen wij het gemeentebestuur hier dan ook op blijven controleren en aansporen tot actie in de goede richting.

1.4 Leeswijzer

Dit verkiezingsprogramma beschrijft de grote lijnen waar D66 Enschede in gelooft en zich de komende jaren voor wil hardmaken. Het is daarmee een fundament onder het werk van de fractie voor de aanstaande periode. Dit programma wordt gedurende de raadsperiode regelmatig aangescherpt en aangepast aan de actualiteit.

De hoofdstukindeling volgt zoveel mogelijk de inhoudelijke programmalijnen van de gemeente Enschede waarlangs de gemeentelijke organisatie is ingericht. Om te zorgen dat ieder hoofdstuk toch losstaand te lezen en in zijn context te interpreteren is, betekent dit dat er in een aantal gevallen overlap optreedt.

Dit programma is op 6 november 2013 aangenomen door de ledenvergadering van D66 Enschede.

2 Ruimte voor het individu

D66 vindt dat bij alles wat de gemeente doet de inwoner centraal moet staan. Het gemeentebestuur dient daarom te luisteren naar wat zich in de gemeente afspeelt voordat zij tot actie overgaat. Bij kansen en problemen op het gebied van bijvoorbeeld leefbaarheid, verkeersoverlast of parkeerdruk moet eerst geluisterd worden naar de wensen en zorgen van de inwoners en gevraagd worden of er ideeën zijn om de problemen op te lossen, voordat de gemeente oplossingen op papier zet.

De stad en haar bestuur dienen vaker samen op te trekken. Hierbij moet de gemeente de inwoners meer opzoeken op stadsdeel- en buurtniveau en daarmee in hun belevingswereld treden. Dat past bij de nieuwe stijl inspraak die D66 voorstaat en past bij onze samenleving waar nieuwe (sociale) netwerken meer en meer bepalend zijn: mensen betrekken bij beleids- en besluitvorming, mensen zelf laten beslissen over het budget en mensen betrekken bij de uitvoering van beleid. Wijkraden en dorpsraden zijn belangrijk als klankbord voor de gemeente en hun inzet wordt daarom door D66 ten zeerste gewaardeerd. Hierbij dient de gemeente zorg te dragen voor een representatieve vulling van de verschillende vertegenwoordigings- en adviesorganen.

Politiek gaat over mensen. D66 vindt dat mensen daarom ook moeten kunnen begrijpen waar de politiek over gaat, hoe de politiek werkt en hoe zij kunnen deelnemen. Dromen verwezenlijken en het maken van moeilijke keuzes doe je immers samen. Door het gebruik van nieuwe en digitale instrumenten kunnen inwoners meer informatie en inspraak in de ontwikkeling van het gemeentelijk beleid krijgen. Op maat, in het eigen tempo en wanneer men wil. In plaats van aanbodgericht, zou inwonerparticipatie daarom veel meer vraaggericht ingezet moeten worden. Het gemeentelijk apparaat dient faciliterend op te treden in het bepalen van een keuzerichting en in de afweging van diverse alternatieven. Het is haar verantwoordelijkheid om inwoners van de stad betrekken, voordat het gemeentebestuur het besluitvormingsproces ingaat. Ook bij het invullen van de noodzakelijke bezuinigingen durft D66 de inwoners actief te betrekken, niet als excuusfunctie maar als inwoner van de stad waar het over gaat. D66 mikt hierbij op een breed palet aan participatievormen, waarbij de gemeente meer faciliterend dan bepalend optreedt in het bepalen van een keuzerichting en de afweging van alternatieven:

  • De gemeente gaat mensen proactief en gesegmenteerd informeren
    over voorgenomen ontwikkelingen in hun wijk met behulp van digitale middelen.
  • Initiatievenvan mensen onderling die passen binnen het gemeentebeleid moet de gemeente zoveel mogelijk faciliteren en open tegemoet treden.
  • Digitale peilingen in de stad en de wijken gaan zorgen voor vroege inspraak en de mogelijkheid om mee te denken over alternatieven. Via digitale nieuwsbrieven op thema en op geografisch gebied kunnen inwoners op maat op de hoogte blijven van hetgeen de gemeente gaat ondernemen, ontwikkelen of veranderen.
  • Stadsdeelcommissies dienen aansluiting te zoeken in de stadsdelen door een oriëntatie langs onderwerpen die er voor inwoners echt toe doen, en niet gericht op of langs de politieke agenda van de raad. Nadrukkelijk krijgen stadsdeelcommissies een ombudsfunctie: bewoners kunnen actuele problemen met hun wijk of geschillen met de gemeente ter beoordeling voorleggen aan de commissie. Voorafgaand aan elke commissievergadering worden bewoners goed en tijdig geïnformeerd.
  • Beleids- en raadsvoorstellen geven alternatieven en de verschillende afwegingen die daarbij horen om ruimte te geven om echt mee te denken. Voorafgaand aan de besluitvorming wordt inbreng van inwoners
    helder weergegeven en wordt er teruggekoppeld hoe deze al dan niet heeft bijgedragen om tot een definitief voorstel te komen.
  • De ingezette koers met de Enschedese Wijkbudgetten
    wordt doorgezet. De activiteiten en het budget worden uitgebreid, zodat inwoners meer bepalend kunnen in wat er gebeurt en gaat gebeuren in hun wijk.
  • Het burgerjaarverslag is een momentopname van de geleverde dienstverlening. D66 pleit ervoor om dit verslag jaarlijks te confronteren met de beleving van mensen in stadsdelen. Daarbij is met name oog voor het proces van inspraak, de uitkomst en invloed van inspraak op beleid en de gevolgen van individuele belangen van mensen die ondergeschikt worden gesteld aan het algemeen belang. Dat vraagt soms een kwetsbare opstelling van de gemeente, maar door hier juist zorgvuldig mee om te gaan vergroot het het draagvlak voor uiteindelijke beslissingen.
  • Hoewel D66 voor de invoering van referenda is, zal hiervoor eerst een sterkere cultuur van inspraak, participatie en budgetrecht bij inwoners moeten ontstaan. Daarom wil D66 meer en meer representatieve digitale stads-/wijkpeilingen invoeren. Ook de uitbreiding van wijkbudgetten moet leiden tot meer betrokkenheid van inwoners bij hun stad. Geleidelijk moet dit leiden tot de invoering van corrigerende of bevestigende referenda op initiatief van de inwoners, en uiteindelijk tot raadgevende en bindende referenda. De gemeentelijke referendumverordening dient dit mogelijk te gaan maken.

3 Financiën

Minder middelen, andere mogelijkheden

D66 vindt dat de gemeente haar financiën op orde moet hebben, nu en voor de toekomst. Bij de aard en invulling van het lokaal bestuur gaat het, zeker in deze tijden, om terughoudendheid. D66 wil ook financieel gezien een focus op duurzaamheid. Dit betekent dat de ambities van het gemeentebestuur naar een realistisch niveau gebracht moeten worden.

Een gemeente moet niet speculeren op toekomstige winsten. Door de voorziene opbrengsten in een projectbegroting niet boven 100% van de begrote kosten uit te laten komen, dekken eventuele winsten de eventuele verliezen in hetzelfde of andere projecten af. Zo ontstaat een cultuur van mogelijke meevallers in plaats van grote risico’s, en verschuift de focus weer meer terug van financieel rendement naar maatschappelijk rendement. Daarbij geldt tevens dat een project naast een financieel risico ook het risico heeft dat de dienst die wordt beoogd niet wordt geleverd. Daarmee draagt het project niet bij aan de doelstellingen die de gemeente voor ogen had.

D66 wil het aantal garantstellingen en leningen die de gemeente aan derden afgeeft inperken. Aan iedere garantstelling of lening zijn risico’s verbonden. Deze risico’s moeten reëel worden ingeschat en worden beperkt. Zowel bij het aangaan van nieuwe garantstellingen als bij het starten van nieuwe projecten wordt tot op heden door de gemeente vooral gekeken naar de risico’s van de individuele garantstelling of het project. Maar de risico’s zijn tussen de garantstellingen en projecten sterk gecorreleerd, bijvoorbeeld door de economische conjunctuur. Hierdoor is de kans dat binnen projecten en garantstellingen aanspraak gedaan moet worden op de reserveringen niet gelijk verdeeld over de tijd: in goede tijden zal slechts bij enkele projecten en garantstellingen aanspraak worden gedaan op de reserveringen, terwijl in slechte tijden die aanspraak veel groter zal zijn.

 Te vaak zijn projecten met veel te positieve aannames gestart, terwijl deze aannames later niet reëel bleken met als gevolg dat de exploitatie in de problemen raakt. Het Muziekkwartier, de IJsbaan Twente en de uitbreiding van het Aquadrome zijn voorbeelden. D66 wil daarom bij het starten van een nieuw project en bij het afgeven van een nieuwe garantstelling naast de marginale risicoreservering een risico-opslag introduceren die afhangt van het aantal en de omvang van de reeds lopende projecten en garantstellingen. Zodra projecten zijn afgerond of garantstellingen aflopen, kunnen de reserveringen binnen de lopende projecten naar rato weer afnemen. Op deze wijze is het mogelijk om een financieel duurzamer beleid te voeren en tegelijk op verantwoorde wijze te blijven investeren in de stad.

De problemen rond de Scholingsboulevard laten zien dat wanneer zaken op afstand worden gezet, het nodig is om vroegtijdige indicatoren voor de doelstellingen te hebben, niet alleen indicatoren die alleen terugkijken. Dat betekent dat toezichtregimes moeten worden aangepast en er naast gesprekken met het bestuur ook gesprekken met de uitvoerende organisatie moeten zijn om ‘gevoel te houden’ bij het verhaal op papier en de werkelijkheid. Kort gezegd is contact met de professional even belangrijk als contact met het bestuur.

3.1 Gemeentelijke samenwerking

Op het gebied van gemeentelijke samenwerking zijn veel kansen, maar ook risico’s te benoemen. Door samenwerking aan te gaan in gemeenschappelijke regelingen (bijvoorbeeld Regio Twente) en gemeenschappelijke dienstverlening zijn vele efficiëntievoordelen behaald. D66 ziet deze trend van uitbesteden en samenwerking zich de komende jaren versterken, en onderkent daarbij dat de democratische controle op deze organisaties nu al te wensen overlaat. Belangrijk is dat de aansluiting met de samenleving -en daarmee de democratische controle op presteren – gewaarborgd wordt. Dit betekent dat gemeenteraden meer ruimte moeten krijgen om te controleren en kaders te stellen. De kaderstelling voor en controle op beleid en financiën wil D66 in handen houden van direct democratisch gelegitimeerde bestuurslagen, zoals de gemeenteraad.

Een kleinere overheid is geen doel op zich. Wanneer de gemeente echter optreedt als regisserend partner wordt er feitelijk veel minder door de gemeente gedaan dan nu het geval is. Daarnaast dwingt de financiële positie van de stad de gemeente er in de aankomende jaren toe zich te beraden op welke taken moeten en welke er kunnen worden uitgevoerd. Het gevaar hierbij is dat alleen gekeken wordt naar de kortetermijndoelstellingen van een begroting, niet van de maatschappelijke kosten en baten. Ook hier moeten duurzaam besteden, duurzaam investeren en duurzaam bezuinigen leidend zijn.

De aankomende jaren zet de decentralisatie door, wat steeds meer vraagt van de gemeentelijke organisatie. Dit geldt ook voor de gemeenteraad. Daarom wil D66 inzetten op meer kennisuitwisseling en samenwerking tussen gemeenten om zo meer kwaliteit en continuïteit te realiseren. Ook wil D66 de eigen raadsleden meer bijscholen vanuit de gemeente, zodat de controlerende taak van de raad beter geborgd wordt. Het is hierbij belangrijk dat de lokale rekenkamer haar volwaardige rol behoudt.

4 Economie en werk

Iedereen kan meedoen

De overheid heeft geen tot een zeer beperkte rol in de ontwikkeling van bestaande economische ecosystemen, al wil de sociaaldemocratie ons nog wel eens anders doen geloven. De overheid is in de ogen van D66 zowel aanjager, motivator als facilitator van de economie. Zo kunnen mensen naar vermogen en talenten meedoen aan de economie en kan onze economie meedoen met de rest van de wereld.

4.1 Visie

Het economische beleid van D66 kent drie pijlers:

  1. Focus op globale, Europese en nationale ontwikkelingen. Enschede, Twente en Overijssel staan economisch niet meer op zichzelf. Enschede trekt het beste samen op met de rest van de (EU)regio om zo samen een sterke rol te spelen in de globale economie.
  2. Focus op lokale ontwikkelingen. Dit beleid is lokaal, met een duidelijke blik naar buiten en met oog voor regionale ontwikkelingen. Hieronder valt bijvoorbeeld detailhandelbeleid en binnenstadbeleid. Daarnaast voorziet het in ruimte voor de lokale economie als tegenhanger voor globalisering. De crisis en negatieve effecten van te grote schaal (weinig transparant, weinig invloed vanuit de consument, etc.) bieden ruimte voor het organiseren van economische activiteiten op lokalere schaal, met name op het gebied van energie, voedsel en zorg, als onderdeel van de zogenoemde ‘Weconomy’. Dit gaat uit van het principe dat mensen zich makkelijker organiseren in netwerken op basis van gelijkwaardigheid en gedeelde interesses, belangen en behoeften. Coöperaties en kleine ondernemingen maken zeker deel uit van een divers en gunstig palet aan organisatievormen. Toegang tot producten en diensten is belangrijker dan het bezit ervan. Ook moet de menselijke maat worden teruggebracht in een aantal delen van onze economische activiteiten.
  3. Focus op een circulaire economie: een economie die uitgaat van hergebruik van grondstoffen. Daar waar de overheid invloed heeft – en waar het toegestaan is vanwege aanbesteden, inkopen, regelgeving, vergunningen, etc.- wordt dit gestimuleerd, bijvoorbeeld in de bouw, de aanschaf van voertuigen. Daarbij moet ruimte zijn voor nieuwe vormen van financiering. De gemeente geeft hierbij het goede voorbeeld door haar eigen organisatie voorop te laten lopen in het hergebruik van grondstoffen, en neemt een faciliterende rol aan om inwoners en bedrijven hiertoe aan te sporen.

4.2 D66 kiest voor

4.2.1 Economisch beleid

  • Het economisch beleid sluit aan op de landelijke topsectoren en op de expertise van de Universiteit Twente en Saxion Hogeschool. Innovatiebeleid moet daarmee naar een regionaal niveau worden getild, waarbij steden binnen de regio hun eigen accent kunnen kiezen.
  • Er moet specifiek economisch beleid zijn voor de sectoren
    die in de top drie staan van het Bruto Regionaal Product van Twente en de aangrenzende Duitse regio. Daarbij zit het bedrijfsleven aan het stuur, de overheid faciliteert.
  • Administratieve barrières worden op initiatief van D66 geslecht zodat het makkelijker wordt voor Nederlanders om in Duitsland te werken, en andersom. Een loket van de EUREGIO kan in het Werkplein worden opgenomen. D66 wil dat werkzoekenden in de gehele regio naar werk zoeken, ook in Duitsland.

4.2.2 Ondernemerschap

  • Ondernemerschap brengt innovatie, energie, vernieuwing en werk(gelegenheid) met zich mee. D66 wil bureaucratie verminderen waar dat kan. D66 pleit ervoor om aan te haken bij de landelijke plannen om regeldruk
    te verminderen in overleg met de verschillende sectoren in het bedrijfsleven. Zo krijgen ook de landelijke ontwikkelingen een regionale uitwerking in en om Enschede. Tegenstrijdige regelgeving wordt wat D66 betreft actief eenduidig gemaakt.
  • D66 vindt dat bedrijven in Enschede zo goed mogelijk moeten kunnen aansluiten bij de wens van de consument, bijvoorbeeld door openstellingstijden te voeren die zij zelf wensen. Het Rijk heeft middels nieuwe wetgeving hiervoor de mogelijkheid geboden. D66 wil in Enschede dan ook geen regelgeving die dit belemmert. Er zullen zeker winkels zijn die de concurrentie op openingstijden niet aankunnen, maar dit nodigt dan ook uit tot noodzakelijke vernieuwing van deze sector. Zo krijgen kleine winkeliers juist de ruimte om zich te specialiseren en passende openingstijden te voeren.

4.2.3 Duurzaamheid en innovatie

  • De gemeente subsidieert geen ondernemingen, zij leent hoogstens geld uit en zorgt voor een goede basis(infrastructuur). De gemeente biedt ondernemingen eventueel een lening in het kader van een revolving fund (Zinnergy). Zo kunnen innovaties een extra duwtje in de rug krijgen – met alle positieve effecten voor de werkgelegenheid van dien.
  • D66 wil duurzame initiatieven inhoudelijk steunen. Dat wil zeggen: niet enkel subsidiëren, maar actief faciliteren en alle hindernissen vanuit de overheid wegnemen om bijvoorbeeld zonnecellen te installeren op braakliggende terreinen, smart grids aan te leggen of (kleinschalige) elektriciteitsbedrijven op te richten.

4.2.4 Onderwijs en arbeidsmarkt

  • D66 geeft speciale aandacht aan jongeren. D66 vindt dat mensen met nog een leven voor zich het maximale uit zichzelf moeten kunnen halen. Daar hebben jongeren zelf en de rest van de maatschappij een leven lang baat bij. Daar waar keuzes gemaakt moeten worden, kiest D66 voor het accent op jongeren.
  • De gemeente speelt een verbindende rol tussen bedrijven en opleidingen. Belangrijk instrument daartoe is de Human Capital Agenda vanuit de regio. Bedrijven laten de opleidingen weten waar zij behoefte aan hebben. Tevens kunnen bedrijven zelf vakscholen opzetten of helpen met het inrichten van beter passende opleidingen. Het aanbod aan opleidingen moet beter gaan aansluiten bij de vraag naar werknemers.

4.2.5 Sociaal vangnet

  • Een sociaal vangnet is er alleen voor die mensen waarbij al het andere (tijdelijk) niet lukt. D66 weet dat iedereen talenten heeft om op zijn of haar eigen manier deel te nemen aan de maatschappij. Dit betekent dat bijstandsgerechtigden ook meedoen en zich blijven ontwikkelen. Zo kan iedere bijstandsgerechtigde twee dagen in de week vrijwilligerswerk verrichten dat zoveel mogelijk aansluit bij de talenten van de bijstandsgerechtigde. Er kan gekozen worden uit allerlei taken op verschillende plekken, bijvoorbeeld aan de bibliotheekbalie, de voetbalvereniging of een bejaardentehuis. Maar ook groenonderhoud en verbetering van de stad en leefomgeving behoren tot de opties. Zo houdt de bijstandsgerechtigde het werkritme vast en kan hij of zij zich tevens breder ontwikkelen.
  • D66 wil dat de gemeente verder gaat met het in kaart brengen hoeveel middelen aan welke groep werklozen wordt besteed. D66 is van mening dat het beperkte budget dat hiervoor beschikbaar is zo doelmatig en effectief mogelijk moet worden uitgegeven. Vanwege het gebrek aan transparantie is dat nu onvoldoende te bepalen. Daarom moet hier gekeken gaan worden naar de besteding van de middelen per trede van de participatieladder, per doelgroep en per gewenst effect. D66 staat voor twee instrumenten om mensen te begeleiden naar werk: loonwaarde en opleidings- en leer-werktrajecten.
  • D66 ondersteunt het gemeentelijk beleid dat het Werkplein de werkgevers ondersteunt bij het vinden van de juiste kandidaten (“De werkgever op kop”). Zo is meer geld vrijgespeeld om aan inhoudelijke ondersteuning uit te geven, in plaats van aan onnodige bureaucratie.
  • D66 vindt voldoende arbeidsplaatsen in een sociale werkplaats belangrijk, maar accepteert dat voor niet alle huidige medewerkers daar kunnen blijven werken.Als mensen de capaciteiten hebben om elders op de arbeidsmarkt aan de slag te gaan, eventueel met ondersteuning, dan moeten ze die kans grijpen. Mensen hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid, want de gemeente kan geen baangarantie geven.
  • De landelijk uitgerolde decentralisatie van zorg ziet D66 als een kans om mensen in de zorgverlening mee te laten doen naar vermogen. Uitkeringsgerechtigden kunnen lokaal meehelpen in de zorg, onder voorwaarde van de benodigde professionaliteit. De gemeente kan als voorwaarde stellen dat het personeel uit de regio komt.
  • D66 wil de keuze maken om bij de evaluatie van de opbrengst van een ondersteunde werknemer (de loonwaarde) ook de kosten van een uitkering bij de loonwaarde op te tellen. Een medewerker van de sociale werkplaats kan immers wél rendabel zijn als er geen uitkering meer verstrekt hoeft te worden. Overigens moet werk altijd waarde toevoegen. D66 accepteert dat voor bepaalde mensen het alternatief voor de sociale werkplaats een uitkering is.
  • D66 wil dat gedetineerden een vak leren tijdens hun detentie. Eenmaal vrijgelaten worden deze mensen ondersteund om dit vak uit te oefenen, bijvoorbeeld als zelfstandig ondernemer. Het doel is de kans op recidive te verkleinen. De gemeente zal een stimulerende rol moeten spelen om dit project samen met Justitie te realiseren.

4.2.6 Binnenstad

D66 wil dat er meer wordt geanticipeerd op de gevolgen voor de binnenstad van onder andere online winkelen. Een mogelijkheid om dat te doen is ruimte geven aan tijdelijke winkels (pop-up shops). Regelgeving mag dat niet in de weg staan. Laat de markt zijn werk doen, en help een handje waar het algemene zaken betreft.

5 Stedelijke ontwikkeling

Enschede moet leven

De stad wordt gevormd door haar inwoners. In een stad leef, werk en ontspan je met elkaar. Mensen, bedrijvigheid, cultuur en evenementen maken de stad levendig en divers. En levendigheid en diversiteit vergroten het gezamenlijk welzijn, mits in een goede balans aanwezig.

De overheid vervult een rol om de balans tussen levendigheid en diversiteit te waarborgen. Naast de overheid dragen ook bedrijven, inwoners, organisaties in de stad verantwoordelijkheid om de koek zo groot mogelijk te maken en deze vervolgens zo eerlijk mogelijk te verdelen. De gemeente functioneert tegenwoordig voornamelijk als onderdeel van verschillende netwerken die de stad draaiende houden.

5.1 Visie

Volgens D66 zet de gemeente op het gebied van stedelijke ontwikkeling voornamelijk in op het stimuleren en verbinden van initiatieven die in de stad ontstaan en daar te reguleren waar kaders nodig zijn. Hierbij geeft de gemeente zoveel mogelijk ruimte en vertrouwen aan initiatief vanuit de samenleving en probeert die in de voorbereiding te stimuleren en in de uitvoering te ondersteunen. Het zelfstandig organiseren van levendigheid en diversiteit door de gemeente is meestal niet functioneel, en bovendien vaak te risicovol. Uitzonderingen op bovenstaande worden gevormd door collectieve zaken waarvan de gemeente de aangewezen beheerder is. Voorbeelden zijn infrastructuur, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en uitstraling van de stad.

In ieder (eco)systeem is nieuwe aanwas nodig om gezond en divers te blijven, dat geldt ook voor een stad. D66 vindt dat Enschede een helder en onderscheidend profiel moet hebben zodat bezoekers, (nieuwe) inwoners en bedrijven de stad herkennen. De gemeente dient hiervoor de kaders te stellen en differentiatie en diversiteit te ondersteunen.

Een onderscheidend profiel creëer je door uit te gaan van je eigen kracht en je als stad te profileren op de bijzondere eigenschappen waarop je je positief kunt onderscheiden. Balans is hierbij van groot belang. D66 wil voorkomen dat er een strijd ontstaat waarin gemeenten elkaar beconcurreren.

Enschede is de ongekroonde hoofdstad van Twente en zou vanuit deze rol haar achterland beter kunnen bedienen. Om bezoekers, bedrijven en (toekomstige) inwoners te ontvangen is een goede infrastructuur essentieel om voldoende bereikbaar te zijn. Pluriformiteit is hierbij voor D66 het kernwoord. Een brede mix aan vervoersvormen, maar ook variëteit in ruimtelijke inrichting en een gevarieerde uitstraling, zijn voorwaarden voor een gezond leefklimaat en betekenen dat zoveel mogelijk voorzieningen goed verspreid over de stad en dichtbij de inwoner zijn.

5.2 D66 kiest voor

5.2.1 Ruimtelijke omgeving

  • Om leegstand te voorkomen – en daarmee de leefbaarheid te vergroten – moet de gemeente gebieden kunnen aanwijzen waar het eenvoudiger is om tijdelijke initiatieven te ontplooien. Hiertoe dient regelgeving versoepeld te worden en dienen eigenaren aangespoord te worden om te handelen tegen langdurige leegstand. D66 vindt dat creatieve lokale oplossingen als serieuze opties onderzocht dienen te worden. Zo pleit D66 voor een onderzoek naar de invoering van een leegstandtaks, dat als tijdelijke extra heffing op de OZB bedrijven extra moet aan sporen iets aan leegstand te doen. De inkomsten die met deze leegstandtaks gegenereerd worden, kunnen ten goede komen aan de stimulering van duurzame herontwikkeling van leegstaande panden.
  • D66 houdt onverminderd vast aan de conclusies en aanbevelingen die de enquêtecommissie Grondbeleid in hun rapport ‘Grip op Grond’ hebben getrokken en blijft achter de toen aangenomen moties staan. Met name het wensdenken en planoptimisme en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties voor de stad kunnen makkelijk voorkomen worden door niet al in de verkiezingscampagne onbetaalbare beloften te doen aan de stad.
  • Grondbeleid heeft als uitgangspunt ‘mogelijk maken’ (faciliteren) en niet ‘initiëren’ (actief). Speculeren op grondprijzen
    door de gemeente is volgens D66 uit den boze. Immers, de gemeente moet denken om de houdbaarheid van haar financiën. De gemeente dient de markt ruimte te geven om woningen te bouwen gericht op demografische veranderingen in de toekomst. Aanvullend dient een plan ontwikkeld te worden hoe ontstane overwaarden op grondposities op afzienbare termijn afgeboekt kunnen worden. Deze gronden dienen zo snel mogelijk voor marktconforme prijzen in de verkoop gezet te worden, zodat de markt kan gaan bouwen.
  • Braakliggende terreinen binnen en buiten de stad (stadsprairies) moeten voor bepaalde tijd geadopteerd kunnen worden door maatschappelijke initiatieven of geschikt gemaakt worden voor opwekking van grootschalige opwekking van duurzame energie. Zo kunnen tijdelijke speeltuinen, moestuinen of kunstwerken een nieuwe tijdelijke invulling geven aan de uitstraling van dit soort gebieden. Daarnaast is er een mogelijkheid om d.m.v. zonnepanelen duurzaam energie op te wekken. D66 pleit ervoor dat de gemeente open zou moeten staan om voor dit soort initiatieven de grond om niet beschikbaar te stellen.
  • Enschede is bijzonder om haar ligging in de Twentse natuur. De groene zoom om de stad verdient bescherming en aandacht. D66 kiest voor ‘inbreiding’ van de stad en heeft dus als basishouding om niet te kiezen voor bebouwing in de groene zoom. Zo wordt ook de ecologische hoofdstructuur (EHS) verder versterkt. In de groene zoom draagt de gemeente zorg voor voldoende mogelijkheden voor natuurbeleving en recreatie zodat mensen elkaar in een groene omgeving kunnen ontmoeten en er kunnen sporten.
  • D66 kiest voor inbreiding op bedrijventerreinen
    en woningbouwlocaties. Stedelijk wonen kan ontwikkeld worden op leegstaande locaties in de stad, perifeer wonen in de uitleglocaties van de jaren ’90 en ’00 als de Eschmarke. Er worden geen nieuwe bedrijventerreinen in ontwikkeling genomen, maar bestaande bedrijventerreinen worden eerst volgebouwd. Op de Usseler Es wordt geen nieuwe bebouwing toegestaan.
  • D66 hecht veel waarde aan de kwaliteit en uitstraling van de stad en kiest ervoor om niet verder te bezuinigen op het (groen)onderhoud
    in de stad. Samenwerken met bedrijven en inwoners schept niet alleen meer mogelijkheden, maar geeft bovendien meer zeggenschap aan de inwoners van de stad.
  • D66 vindt dat gemeenten en woningcorporaties zich beter dienen te realiseren dat de waarde van een pand in eigendom niet bepaald wordt door de waarde waarvoor het ‘in de boeken’ staat, maar door de vorm en wijze waarop het gebruikt wordt. Enkel de toegevoegde waarde die een pand voor de stad heeft, geeft een basis voor de economische waardering. Een langdurig leegstaand pand is waardeloos voor de stad, of vertegenwoordigt misschien zelfs een negatieve waarde met alle mogelijke negatieve implicaties. Bovendien wordt het probleem op deze manier alleen maar doorgeschoven naar de toekomst, waarschijnlijk in de hoop op betere tijden. Een structureel plan met creatieve oplossingen om leegstand aan te pakken, danwel om de ‘verliezen’ in de komende (tientallen) jaren te nemen, is voor D66 de route om te komende tot een financieel duurzamere gemeente.
  • De gemeente gaat in samenwerking met de woningcorporaties optreden als bemiddelaar en makelaar bij het verduurzamen van vastgoed in de stad. D66 wil een duurzamere stad en is dan ook voorstander van het stimuleren van energiebesparing door gebruik van witte en groene daken. Daarnaast dient de gemeente er meer op in te zetten op een bemiddelende en aanjagende rol voor collectieve inkoop van zonnepanelen en isolatievoorzieningen.
  • D66 wil meer groen in de binnenstad. Er staan wel bomen in de binnenstad, maar lage begroeiing zoals gras is er bijna niet. Natuurlijk is er niet veel ruimte in de binnenstad voor grote groenpartijen, maar her en der vergroenen vergroot de leefbaarheid van de stad. Verder wil D66 dat bij bouw- en herstructureringsprojecten meer aandacht wordt gegeven aan groen, waarbij ook creatievere oplossingen als groengevels (verticale tuinen) en groene daken vaker ingezet worden.

5.2.2 Mobiliteit

De balans tussen verkeersdeelnemers moet duurzamer. Dit bereiken we met de volgende punten.

  • D66 kiest voor een realistisch mobiliteitsbeleid, dat past bij een compacte stad. Dat betekent veel ruimte voor fiets en bus, maar ook een goede bereikbaarheid van economische centra met de auto. Juist de bedrijventerreinen (Zuiderval, Kennispark) zorgen voor de banen die de stad hard nodig heeft, en een voorwaarde voor vestiging voor vele bedrijven is een goede auto-bereikbaarheid. Daarom wil D66 zich naast het fietsbeleid richten op verbetering van de doorstroming op de invalswegen van de stad, in eerste instantie de Auke Vleerstraat en de Zuiderval.
  • D66 denkt dat juist in een compacte stad de fietser een belangrijke plek verdient. Mede daarom wil D66 fietsradialen
    aanleggen. Dit zijn fietsroutes vanuit elk stadsdeel naar het centrum en langs belangrijke economische centra en onderwijsinstellingen. De belangrijkste fietsroutes worden voorzien van bewegwijzering. Bovendien worden deze fietsroutes zoveel mogelijk ontvlochten van de belangrijke routes voor het autoverkeer. Vooral daar waar de invalswegen en de singels kruisen ziet D66 veel verbetermogelijkheden door fiets- en autoverkeer van elkaar te scheiden. Dit verbetert de veiligheid voor zowel fietsers, zoals scholieren en studenten, als voor automobilisten.
  • Om meer mensen op de fiets te krijgen, wil D66 de parkeervoorziening voor fietsers bij het station verder uitbreiden. Ook krijgen fietsers voorrang in de regen (sensor op VRI). Bij herinrichting van wegen wordt voortaan ook rekening gehouden met de verliesminuten voor fietsers. Tevens kan de gemeente stimuleren dat het concept van de OV-fiets ook op P&R-terreinen ingevoerd wordt.
  • Parkeerbeleid kan overlast en vervuiling tegengaan en fietsgebruik stimuleren. Parkeertarieven maken hier een integraal onderdeel van uit. Wat D66 betreft gaat betalen voor parkeren voortaan per minuut. Om bezoek aan de stad te stimuleren kan actiematig het parkeertarief verlaagd worden, bijvoorbeeld tijdens daluren. D66 wil de optie om betaald parkeren in de eigen straat mogelijk te maken (50%-regel) breder onder de aandacht brengen. Een deel van de parkeeropbrengsten gaat dan terug naar de wijk.
  • Enschede kan slimmer gebruik maken van het bestaande asfalt. Er zijn geen nieuwe wegen nodig om de bereikbaarheid van Enschede te verbeteren. Wel moeten bestaande drukke kruispunten en wegen beter doorstromen. Ook om het leefklimaat rondom bijvoorbeeld de noordelijke singels te verbeteren. Daarom wil D66 bijvoorbeeld verlengde opstelstroken bij verkeerslichten, en verkeerslichten die op elkaar zijn afgesteld.
  • D66 is tegen de aanleg van de Noordelijke Ontsluiting Enschede Kennispark ( NOEK), omdat de weg door een waardevol groengebied moet gaan lopen, te duur is en omdat de weg onvoldoende probleemoplossend vermogen heeft: de noordelijke wijken blijven teveel last houden van sluipverkeer. Daarom willen we andere maatregelen om dit probleem op te lossen. Dit zal een combinatie van verschillende deeloplossingen moeten worden, met bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer of het opknippen van wegen.
  • Knelpunten in verkeersstromen treden alleen in de spits
    op. Enschede moet de knelpunten zien als mobiliteitsproblemen, niet alleen als automobiliteitsproblemen.
  • Er gaat geen extra geld meer naar de Luchthaven
    Twente, ADT of soortgelijke organisaties die gericht zijn op de ontwikkeling van een luchthaven in Twente.
  • Zo spoedig mogelijk wordt de onoverzichtelijke en vaak gevaarlijke verkeerssituatie in de Molenstraat aangepakt, zowel bij de Deurningerstraat als bij de Oldenzaalsestraat.
  • Enschede moet in bij de provincie en het Rijk lobbyen voor betere bereikbaarheid per spoor, weg en water. De nadruk zou hier moeten liggen op een betere verbinding tussen Enschede en Zwolle, Hengelo en Gronau, verbreding van de A1 en verbeteren verbindingen naar Duitsland via de weg en het spoor.
  • 30km-zones dienen als zodanig ingericht te worden. D66 ziet goede kansen om dergelijke plannen samen met inwoners te ontwikkelen.

5.2.3 Cultuur

  • De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van een culturele basisinfrastructuur. Hiertoe behoren een muziekschool, theaterzalen (groot, middelgroot en klein) en een poppodium. Verder worden een aantal focusinstellingen ondersteund (theater, beeldende kunst, pop, dans, klassiek, cultuurhistorie) die worden aangewezen door de gemeenteraad. De gemeente zorgt voor een evenwichtig klimaat in de culturele sector, stimuleert verbindingen tussen de professionele instellingen en de amateurkunst en stimuleert cultuureducatie. In samenwerking met woningcorporaties krijgen wijken een zelf te besteden budget voor de aanschaf van kunst in de openbare ruimte.
  • Evenementen zijn belangrijk voor de kleur en uitstraling van de stad. Zo wordt Enschede een aantrekkelijke stad voor onder andere professionals en studenten. Om ondersteuning van een groot aantal initiatieven mogelijk te maken en optimaal ruimte te geven aan alternatieve vormen van financiering, gaat subsidiëring volgens een glijdende, afbouwende schaal. Door de gemeentelijke bijdrage geleidelijk af te laten lopen, worden evenementen en initiatieven gestimuleerd om hun toegevoegde waarde blijvend uit te leggen en te tonen, bovendien ontstaat ruimte voor ondersteuning van een veel groter aantal initiatieven.
  • Ons erfgoed vormt een brug tussen ons verleden en onze toekomst en is vaak een drager van lokaal verleden en lokale cultuur. D66 vindt het belangrijk dat de samenleving dit historisch besef behoudt. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om het behoud van ons cultureel erfgoed te blijven beschermen tegen de economische en politieke waan van de dag. Een helder selectiebeleid met oog voor zowel behoud als vooruitgang is hiervoor onmisbaar. Ook als gemeentefinanciën onder druk staan houdt D66 oog voor deze belangrijke verantwoordelijkheid. Waar nodig door creatieve samenwerking met private initiatieven die de culturele waarde van het erfgoed kunnen garanderen.
  • D66 vindt cultuureducatie een belangrijke pijler die meer in het regulier onderwijs ingebed dient te worden. Daarbij is ruimte voor particulier initiatief en mag geen monopolie ontstaan vanuit gesubsidieerde instellingen.

6 Leefomgeving

Enschede vormt een fijne omgeving om in te vertoeven. D66 wil het vele groen in en om de stad behouden, de veiligheid optimaliseren en vooral de inwoners betrekken bij veranderingen.

6.1 Visie

In onze visie ziet de overheid erop toe dat regels worden nageleefd en afspraken worden nagekomen, maar voert ze zelf zo min mogelijk uit. De gemeente is regisseur, geen ondernemer. De uitvoering wordt gedaan door marktpartijen en partners in de stad.

De gemeente stelt zichzelf op als partner naast andere partners in de stad om gezamenlijk problemen aan te pakken. De partners krijgen daarbij ook zeggenschap. Zo moeten bij de herstructurering van wijken of winkelcentra de ondernemers, ontwikkelaars en corporaties mee kunnen beslissen.

De gemeente behartigt de publieke zaak. De gemeente houdt daarbij niet alleen rekening met vandaag, maar ook met morgen. Hierdoor wordt geborgd dat alle belangen gediend worden, niet alleen die van de kortetermijnwinsten. Alle kosten en opbrengsten bij alle partijen worden door de gemeente in ogenschouw genomen bij het bepalen van beleid.

De inwoners van Enschede bepalen hoe de stad eruit komt te zien. Zeker in hun eigen wijk, weten de inwoners het beste welke onderwerpen het belangrijkst zijn om aandacht aan te schenken en geld in te steken.

Mensen kunnen zichzelf vaak goed redden. D66 wil een beroep doen op mensen om mee te helpen de veiligheid en leefbaarheid te vergroten. Niet in de laatste plaats bij het voorkomen van zwerfafval. Voorkomen is beter dan genezen. Hierbij past ook dat de vervuiler betaalt.

6.2 D66 kiest voor

6.2.1 Wijken

  • Inwoners weten zelf het beste wat er nodig is in een wijk en kunnen prima beslissen wat geld mag kosten en wat niet. Inwoners moeten daarom zelf de regie kunnen nemen bij zoveel mogelijk zaken in hun directe omgeving. Daar waar wijken steun nodig hebben om initiatieven uit te werken kan de gemeente helpen met het uitwerken van initiatieven. Voorbeelden zijn openbaar groen, wijkvoorzieningen, openbare verlichting en een strooiplan. Er dient duidelijk gemaakt te worden aan inwoners dat ze mee kunnen beslissen in hun stad, wijk, buurt en straat en dat ze budget hebben om hun plannen te realiseren. De gemeente bepaalt niet, maar faciliteert en accepteert de uitkomst van een inspraakproces.
  • Inwoners kunnen opmerkingen ten aanzien van de leefomgeving op eenvoudige (digitale) wijze doorgeven en krijgen snel en helder antwoord.
  • Het vergunningenbeleid dient uit te gaan van de gedachte dat het voordeel voor de één in verhouding moet staan tot het nadeel voor de ander. Daarbij moet zo veel mogelijk gelden dat veel wèl mag, zeker als omwonenden geen bezwaar hebben.

6.2.2 Groen

  • Natuur, zowel binnen als buiten de stad, heeft een groot algemeen nut en D66 hecht hier veel waarde aan. Het buitengebied is belangrijk voor de inwoners om te beleven en in te recreëren, maar de natuur is daarnaast ook van ecologisch belang voor de mens. Ruimte en middelen dienen beschikbaar te zijn voor natuur. Groen is minder rijkelijk aanwezig in onze omgeving dan vaak wordt verondersteld (zie Atlas van gemeenten). Daarom is D66 zeer zuinig op dat wat er nog wel is. D66 wil speciale aandacht voor het buitengebied
    rondom Enschede in samenwerking met de omliggende gemeenten. D66 wil duurzaam omgaan met de onbebouwde ruimte buiten de stad door de benodigde ruimte voor bedrijven en woningen eerst in te passen in de bebouwde kom. Mocht dat niet gaan, dan mag alleen gebouwd worden buiten de bestaande bebouwde kom op basis van een visie voor het gehele buitengebied. Zo wordt versnippering van het buitengebied tegengegaan.
  • De uitbreiding van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is in de ijskast gezet door het Rijk. D66 wil trachten de knelpunten voor Enschede op te lossen. Er kan door de huidige financiële positie geen grond worden gekocht door de gemeente voor uitbreiding van natuurgebieden, maar D66 wil creatieve, slimme oplossingen bedenken die meerdere vraagstukken in één klap verder helpen. Zo wil D66 de gronden die in bezit zijn van de gemeente maar op korte termijn geen bestemming hebben gaan benutten voor het verlichten van de verbindingsproblematiek van natuurgebieden.

6.2.3 Afval

  • Ook de verwerking van afval – inclusief riolering – is in onze ogen een dienst van algemeen nut waar de overheid de regie over voert namens de gemeenschap, zonder zelf de uitvoering op zich te nemen. Hierbij waarborgt de gemeente via aanbesteding dat de totale kosten
    – voor mens en milieu – worden geminimaliseerd. In de praktijk betekent het dat de verwerking duurder mag zijn als dat ten goede komt aan het milieu.
  • D66 is voorstander van de gedachte achter diftar: de vervuiler betaalt. Andere gemeenten in Nederland hebben inmiddels laten zien dat de hoeveelheid afval afneemt, de toename van zwerfafval beperkt is, de kosten voor de verwerking van afval afnemen en het aandeel herbruikbaar afval toeneemt. D66 staat een helder en eenvoudig systeem voor, waar bijvoorbeeld afgerekend wordt voor het aantal keren dat een container wordt aangeboden en op basis van de grootte van de container.
  • Zwerfvuil is een moeilijk oplosbaar probleem. Maar omdat het een serieus probleem is in het Enschedese buitengebied, moet hiervoor een structurele oplossing komen. De oplossing om intensief te gaan handhaven is wenselijk, maar in de praktijk niet realistisch. Daarom moet afval makkelijk in te leveren zijn.
  • Een praktisch voorbeeld van ‘voorkomen is beter dan genezen’ rond afval is het ontkoppelen van regenwater van het riool, zodat Enschede beter bestand is tegen wateroverlast. Daarnaast nemen de zuiveringskosten af. Daarom willen we zo veel mogelijk regenwaterafvoer gaan ontkoppelen.

6.2.4 Veiligheid

  • Er zal speciale aandacht moeten zijn op de gebieden waar Twente en Enschede minder goed scoren dan het landelijk gemiddelde: verkeersveiligheid, diefstal van fietsen, brom- en snorfietsen en winkeldiefstal. Door regionale samenwerking dient het ‘waterbedeffect’ (het verplaatsen van het probleem in plaats van het oplossen) verminderd of voorkomen te worden.
  • Veiligheid en criminaliteit zijn lokale thema’s, maar gaan ook over grenzen. Het is dan ook zaak om de samenwerking te zoeken met de buurgemeenten van Enschede als het gaat over grensoverschrijdende veiligheidsvraagstukken, ook met onze Duitse buren. D66 ziet regionale samenwerking binnen de Veiligheidsregio Twente als zeer waardevol. Ook om oplossingen die blijken te werken bij de ene gemeente van elkaar te kunnen overnemen.
  • Door technologische ontwikkelingen
    krijgt de overheid, in het bijzonder de politie, voortdurend meer mogelijkheden om de veiligheid in de leefomgeving te verhogen. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van onbemande vliegtuigjes voorzien van camera’s (drones), maar ook aan het ophangen van een politiecamera. D66 vindt dat vooraf bij iedere technologie moet worden ingeschat wat de mogelijke gevolgen zijn, niet alleen wat betreft veiligheid maar ook wat betreft privacy. Dan kan worden afgewogen of het doel (veelal verhoging van de veiligheid en/of opsporing van daders) in verhouding staat tot de kosten (geld, maar ook zeker het opgeven van privacy).
  • Naast een zorgvuldige afweging vooraf moet ook de eventuele inzet achteraf geëvalueerd worden. D66 vindt dat de effecten periodiek moeten worden gemeten. Hoeveel privacy kost het? Hoeveel veiligheid levert het op, in cijfers? Dan kan steeds opnieuw een afweging worden gemaakt: doorgaan of stoppen.

7 Wijkontwikkeling, zorg en welzijn

We kunnen en blijven zorgen voor mensen

7.1 Visie

D66 gaat uit van de kracht van het individu en dat geldt ook voor de thema’s wijkontwikkeling, zorg en welzijn. Samen maken we een wijk, samen houden we zorg betaalbaar en samen zorgen wij voor welzijn. D66 vindt dat zorg, welzijn en wijkontwikkeling zo veel mogelijk afgestemd dienen te worden op de wensen van het individu, de straat of de wijk.

D66 gaat uit van wat mensen wél kunnen, in plaats van wat ze niét kunnen. Dat geldt ook voor mensen die in meer of mindere mate zorg en welzijnsdiensten nodig hebben. Zorg en welzijn dienen erop gericht te zijn dat mensen zo lang en zoveel mogelijk zelfstandig en zelfredzaam blijven, waarbij de kwaliteit van leven zo groot mogelijk is. Mensen voeren zelf zoveel mogelijk de regie over hun leven. Met hulp van familie, vrienden, kennissen en andere vrijwilligers kan dat ook. Maatwerk gaat hierbij hand in hand met zelfredzaamheid. De komende jaren zal de gemeente minder geld kunnen uitgeven aan zorg en welzijn. Het is daarom nodig de zorg anders te organiseren, zodat mensen die afhankelijk zijn van ondersteuning daarop kunnen blijven rekenen.

7.1.1 Zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid

Mensen hebben allereerst een individuele verantwoordelijkheid voor hun gezondheid die zij kunnen beïnvloeden door hun gedrag en leefstijl. Die verantwoordelijkheid kan sterker worden aangesproken. Bij het organiseren van zorg en ondersteuning ligt er ruimte en een rol voor mensen zelf om invulling te geven aan hun individuele behoeftes. Onder meer een PGB (persoonsgebonden budget) onder voorwaarden is daarvoor een goed instrument. Daarnaast zal van mensen in toenemende mate ook een financiële verantwoordelijkheid gevraagd worden, bijvoorbeeld in de vorm van een eigen bijdrage naar draagkracht.

7.1.2 Samenredzaamheid

Bij de behoefte aan zorg en ondersteuning is de natuurlijke volgorde om eerst te kijken hoe de omgeving (familie, vrienden of vrijwilligers) kan helpen en daarna zal er ruimte moeten zijn voor mantelzorg. Waar nodig wordt de informele zorg aangevuld door professionele zorg. Zorgbehoevende en zorgverleners zorgen er samen voor dat passende zorg wordt geleverd waarbij verspilling en onnodige zorg worden voorkomen.

7.1.3 Toegankelijke, goede en efficiënte zorg

Wanneer er meer zorg nodig is dan de omgeving kan bieden dient er professionele hulp te zijn. De overheid die het dichtste bij mensen staat –de lokale overheid– is het beste in staat deze zorg te organiseren. Zij kan keuze bieden in het aanbod van zorg. In een sociaal-liberaal zorgstelsel worden zorgprofessionals geprikkeld én krijgen zij de ruimte en het vertrouwen om te zorgen dat de formele zorg goed aansluit bij zowel informele als de medische zorg. Marktmechanismen kunnen hierbij worden toegepast, waar dit de efficiëntie en kwaliteit bevordert en verspilling en onnodige zorg wordt voorkomen. De landelijke overheid blijft een vangnet bieden voor mensen met een zware en complexe zorgvraag. D66 vindt dat mensen recht hebben op onvoorzienbare en onverzekerbare zorg in een kern-AWBZ, bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg en bij zware geestelijke gezondheidszorg zal er altijd een recht op zorg moeten zijn volgens de AWBZ- principes.

7.1.4 Zorg dichtbij

D66 pleit ervoor om de zorg zo dicht mogelijk bij mensen te organiseren. Zorgbehoevende en zorgverleners zorgen er samen voor dat passende zorg wordt geleverd waarbij verspilling en onnodige zorg worden voorkomen. Gemeente en zorgverzekeraars zijn elkaars partner in de eerstelijnszorg in wijken en buurten. Bij het inrichten van die zorg stimuleert de gemeente samenwerking tussen mantelzorgers, professionele zorgverleners, zorgverzekeraars, ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Waar mogelijk wordt ketenzorg met name voor chronisch zieken ingericht. Bij ketenzorg werken huisartsen, wijkverpleging, specialistische zorg en de patiënt nauw samen en stemmen zij behandeling en financiering af.

7.1.5 Integrale oplossingen

De lokale overheid heeft verschillende bevoegdheden en budgetten om mensen met een hulpvraag (werk, zorg, welzijn) te ondersteunen. Door die domeinen integraal te beschouwen, kunnen passende en effectieve oplossingen gevonden worden. Een passend aanbod kan dan worden vormgegeven, waarbij de diverse regelingen voor een individuele hulpvrager of gezin allemaal ingezet worden voor dezelfde, consistente doelstelling: het versterken van de eigen kracht van mensen. Concreet betekent dit dat de gemeente streeft naar één loket voor deze domeinen. Het onderscheid tussen welzijn en zorg wordt onder regie van de gemeente minder strikt.

Waar een nieuwe coördinatielaag wordt toegevoegd, moeten er minimaal twee komen te vervallen om de overheadkosten in dit domein in de hand te houden en de transparantie voor zorggebruikers te vergroten. Tevens is er specifiek budgettaire ruimte voor initiatieven van onderop in zowel het zorg- als welzijnsdomein.

7.1.6 Wet maatschappelijke ondersteuning

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking de hulp krijgen die ze nodig hebben. De Wmo regelt dat mensen die in het dagelijkse leven hulp nodig hebben die ondersteuning krijgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp bij het huishouden, een rolstoel of woningaanpassing. De Wmo ondersteunt mensen die zich inzetten voor hun medemens of buurt, zoals mantelzorgers en vrijwilligers. De Wmo stimuleert activiteiten die de onderlinge betrokkenheid in buurten en wijken vergroten en voorkomt dat mensen later zwaardere vormen van hulp nodig hebben, bijvoorbeeld met opvoedingsondersteuning en activiteiten tegen eenzaamheid.

Een deel van de zorg zal als gevolg van decentralisatie van de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de verantwoordelijkheid van de gemeente gaan worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de begeleiding van mensen met een psychiatrische ziekte of de dagbesteding van een verstandelijk gehandicapte. Dit zal leiden tot een groter beroep op gemeentelijke voorzieningen op terreinen als welzijn, gezondheid en wonen. Ook de ouderenzorg verandert ingrijpend. De extramuralisering van de AWBZ betekent dat ouderen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen.

Met de overgang van een groot deel van de AWBZ naar de Wmo vervalt het wettelijk recht op zorg. Het wordt een voorziening, waarop slechts aanspraak kan worden gedaan als in de eigen omgeving (familie, vrienden, buurt) geen oplossing kan worden gevonden.

Er blijft een kern van zorg in de AWBZ als een vangnet voor onvoorzienbare en onverzekerbare ziekten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om mensen met een (aangeboren) zware en/of complexe handicap (gehandicaptenzorg), zware ouderenzorg en ernstige geestelijke gezondheidsklachten (zware GGZ). De rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de zogenoemde kern-AWBZ.

De Wmo-functies, later ook de voormalige AWBZ-onderdelen, vallen onder de compensatieplicht. Compensatieplicht houdt in dat de gemeente verantwoordelijk is voor het compenseren van wat mensen niet meer kunnen doen. Deze oplossing hoeft niet voor iedere burger hetzelfde te zijn, ook al is er sprake van eenzelfde beperking. Dit biedt de gemeente de vrijheid om maatwerk te leveren.

7.2 D66 kiest voor

7.2.1 Wijkontwikkeling

  • D66 vindt dat inwoners meer te zeggen moeten hebben over hun wijk. Inwoners weten zelf het beste wat er nodig is in een wijk en kunnen prima beslissen welke zaken geld mogen kosten en welke niet. Daarom moeten inwoners zelf de regie kunnen nemen bij zoveel mogelijk zaken in hun directe omgeving.
  • D66 wil dat het principe van de wijkbudgetten wordt doorgetrokken tot buurtbudgetten. De gemeente neemt hierbij een regisseursrol aan, bijvoorbeeld als het gaat om de bewonersoverleggen. Er is geen sprake van ‘aansturen’ maar van ‘toesturen’. Dat wil zeggen dat de gemeente aangeeft welke thema’s uit bijvoorbeeld een wijkbudget betaald moeten worden en wat de hoogte van dat budget is. De gemeente kent tenslotte het financiële totaalplaatje. Maar hoe de budgetten besteed en verdeeld worden over de thema’s, wordt zoveel mogelijk overgelaten aan de inwoners van de wijk, buurt of straat. Voorbeelden zijn: parkeerplekken, verlichting, openbaar groen en speelplaatsen. Als inwoners niet willen of kunnen besluiten over de besteding van budgetten, dan zal de gemeente hen hierbij ondersteunen. De kaders worden in alle gevallen nog steeds gesteld door de gemeente. Als bijvoorbeeld de verkeersveiligheid vereist dat er voldoende verlichting is in een straat, dan kan de straat niet bepalen dat er lantaarnpalen worden verwijderd.
  • Mensen moeten de kans krijgen zo lang mogelijk in de eigen vertrouwde omgeving te blijven wonen. D66 wil daarom dat de belangrijkste voorzieningen in de wijk aanwezig zijn. D66 wil de functie van het wijkwelzijnswerk in stand houden. Voor wijk- en buurtcentra geldt dat gemeente creatief kijkt naar combineren van functies in de wijk.

7.2.2 Zorg

  • D66 vindt dat de gemeente zorgaanbieders
    moet selecteren op prijs én kwaliteit van de zorg en de zorgverleners. D66 wil de huidige controle- en verantwoordingscultuur in de zorg terugdringen, want er wordt te veel op cijfers en geld gestuurd. Zorgaanbieders zijn daarbij zelf ook verantwoordelijk voor het goed besteden van publiek geld. De gemeente houdt toezicht op basis van vertrouwen en verantwoordelijkheid van de aanbieder (high trust, high penalty). Ook de zorgontvanger heeft de verantwoordelijkheid te melden als de zorg onnodig duur of onder de maat is.
  • Binnen zogenaamde zorgnetwerken
    bepalen de professionals samen wie welke zorg krijgt. D66 wil daarbij meer samenwerking tussen zorgverleners, waarbij zij gezamenlijk streven naar de beste mix van kwaliteit van zorg en ingezette middelen. Bovendien wordt samen met de cliënt en de mantelzorgers bekeken welke mogelijkheden er zijn om in de toekomst een deel van de zorgtaken zelf weer uit te voeren, eventueel met coaching.
  • De instantie die toetst of iemand recht heeft op zorg of andere ondersteuning (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp) werkt transparant en op basis van expertise. Daarnaast maakt zij gebruik van de ervaringen uit de samenleving, zowel van professionals als (ex-)cliënten. D66 wil hierbij gebruikmaken van dynamische indicering, zodat met enige regelmaat de zorgbehoefte van mensen kan worden beoordeeld, met als uitgangspunt vertrouwen op de eigen kracht van mensen en een goed vangnet voor iedereen die dat nodig heeft.
  • D66 wil dat zorg kleinschalig en wijkgericht wordt georganiseerd. Uitgangspunt is “één huishouden, één plan, één hulpverlener”. Daarom worden er voor elke wijk wijkteams ingericht, die verantwoordelijk zijn voor de groep huishoudens die met een basisondersteuning zo zelfstandig mogelijk kan leven. Deze wijkteams zijn zichtbaar en herkenbaar in de wijk en tevens voorportaal voor meer specialistische zorg. Deze wijkteams vervangen het huidige sociaalmaatschappelijke werk vanuit de Welzijnsorganisaties. D66 verwacht dat zo meer samenhang tussen preventie, zorg, welzijn en wonen zal optreden. De wijkverpleging speelt hierin een belangrijke rol.
  • De klanten van de Wmo en AWBZ zijn verenigd in onder andere Wmo-raden en cliëntenraden. Deze vormen van inspraak en participatie krijgen wat D66 betreft een grotere invloed bij het ontwikkelen van beleid en het helpen bij de beoordeling van de uitvoering van zorgaanbieders door middel van kennisraadpleging en adviesvragen. De invloed geldt voor alle onderdelen van de Wmo, zoals de huishoudelijke hulp, jeugdzorg en ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers.
  • Het is van belang dat de vertegenwoordiging van de klanten van de Wmo en AWBZ plaats vindt in het gemeentelijk beleid, om burgers betrokken te houden bij besluitvoering van de overheid en daar ook mogelijkheden toe te bieden, uit democratisch oogpunt.
  • Ook vindt D66 het belangrijk dat er een specifiek panel komt ter ondersteuning van de jeugd die te maken heeft met Wmo. Het is essentieel dat ook de toekomst van Enschede gewaarborgd wordt door het vertegenwoordigen van jeugd en jongeren in de ontwikkeling van beleid.
  • D66 wil dat klachten over rolstoelvervoer, huishoudelijke hulp en wijkverpleging bij de gemeente ingediend kunnen worden in plaats van bij de zorgverlener zelf te melden. Bij aanbestedingen wordt de klachtenregistratie en -afhandeling meegewogen in de gunning van opdrachten.
  • Preventie is investeren in de toekomst. Preventie kan immers erger voorkomen, bijvoorbeeld ernstiger (gezondheids)problemen die met duurdere zorg of ondersteuning dienen te worden behandeld. Preventie draagt zo bij aan het betaalbaar houden van de zorg op langere termijn. Preventieve acties kunnen samen met bijvoorbeeld zorgverzekeraars worden opgezet op specifieke plaatsen of voor specifieke doelgroepen. Een voorbeeld is levensloopbestendig wonen, waarbij met vaak simpele technologische aanpassingen aan de woning deze bewoonbaar en bereikbaar blijft.
  • Bij een zorg- of ondersteuningsvraag is de natuurlijke volgorde om eerst te kijken hoe de omgeving (familie, vrienden en kennissen) kan helpen. Mantelzorg is een voorbeeld van deze informele zorg. D66 vindt het werk van mantelzorgers belangrijk en wil daarom dat er goede ondersteuning voor hen is. Hierin hebben ook werkgevers een rol. De gemeente geeft als werkgever het goede voorbeeld door mantelzorgtaken van haar werknemers mogelijk te maken. Wanneer de zorgtaak tijdelijk te zwaar wordt, moeten mantelzorgers kunnen rekenen op thuishulpvrijwilligers of respijtzorg. Waar nodig wordt de informele zorg aangevuld door professionele zorg. Mantelzorg mag niet gebruik worden als excuus om te bezuinigen.

7.2.3 Zorg voor kwetsbare groepen

  • Verslaafden en daklozen behoren tot de kwetsbaarste groepen in de samenleving. Goede zorg- en opvangmogelijkheden zijn daarom belangrijk.
  • Illegaal in Nederland verblijvende mensen hebben recht op een betrouwbare en zorgzame overheid die hen niet in de kou laat staan en hen menswaardig behandelt.
  • Bemoeizorg moet mogelijk blijven voor mensen met psychische, psychiatrische, verslavings- en/of sociale problemen die zelf niet om hulp (kunnen) vragen.

7.2.4 Welzijn

  • D66 vindt de rol van de overheid in welzijnsvoorzieningen belangrijk, maar realiseert zich dat er steeds minder geld beschikbaar is om het betreffende voorzieningenniveau op peil te houden. Taken die nu vaak door professionals worden uitgevoerd, zullen in de toekomst daarom (gedeeltelijk) worden uitgevoerd door vrijwilligers. Een goed voorbeeld is de dagopvang (niet de dagbehandeling) van bijvoorbeeld ouderen, waar vrijwilligers samen met professionals kunnen zorgen voor een zinvolle dagbesteding.
  • Ruim 20% van de Enschedese inwoners is ouder dan 55 jaar. Een uitgangspunt van D66 is dat mensen met verschillende achtergronden en in verschillende levensfases elkaar in de wijk tegenkomen. Daarnaast moeten er voldoende seniorenwoningen zijn of worden woningen aangepast aan de beperkingen van de bewoners, o.a. door technologische voorzieningen ( domotica) die gericht zijn op het langer zelfstandig en onafhankelijk blijven. Hierdoor zullen mensen minder vaak en minder snel naar een dure (zorg-) instelling hoeven.
  • De rol van vrijwilligers in de samenleving vindt D66 zeer waardevol. Dat geldt niet in de laatste plaats voor ouderen die hun ruime werk- en levenservaring kunnen inzetten bij vrijwilligerswerk. Door werk, de zorg voor (klein)kinderen en andere activiteiten blijft er echter steeds minder tijd over voor vrijwilligerswerk. D66 wil vrijwilligerswerk daarom stimuleren. Een goede ondersteuning van inwoners die zich bijvoorbeeld inzetten voor een sportvereniging of de buurt vindt D66 daarom noodzakelijk. D66 wil dat de gemeente verenigingen en andere organisaties die voor een groot deel afhankelijk zijn van vrijwilligers voor hun activiteiten, helpt bij de ondersteuning van hun vrijwilligers, bijvoorbeeld op het gebied van scholing of een aansprakelijkheidsverzekering.
  • Het is van groot belang dat jongeren en hun ouders in heel Nederland volledige en eenduidige informatie krijgen over vragen rondom ongewenste zwangerschap en seksuele diversiteit. D66 vindt dat de gemeente op de website van bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd en Gezin hierover uitgebreide informatie moet aanbieden. Ook wil D66 een aparte paragraaf in de gemeentelijke gezondheidsnota wijden aan de seksuele gezondheid van jongeren.
  • Ondanks dat Nederland voorop loopt als het gaat om gelijke rechten voor LHBT’ers (lesbische vrouwen, homo’s, bi’s en transgenders) is hun emancipatie alles behalve voltooid. D66 blijft aandacht vragen voor gelijke rechten voor LBHT’ers.
  • De gemeente neemt de regie wanneer homo’s in hun woonomgeving worden gepest. Aanpassing van het ‘protocol maatschappelijke onrust’ is hiervoor noodzakelijk.
  • Gemeente Enschede blijft ook na 2014 de katalysator van het Regenboogplatform, een netwerk van bedrijven en organisaties, die zich inspannen om een tolerante werkomgeving te bieden voor lhbt-personeel. Ze geeft zelf het goede voorbeeld en stimuleert bedrijven om hetzelfde te doen.
  • D66 vindt dat verantwoord gebruik van cannabis onschuldig is. De softdrugs wiet en hasj moeten voor meerderjarigen vrij verkrijgbaar zijn, net als alcohol, mits er controle is op het zogenoemde THC-gehalte. De huidige gedoogsituatie is geen oplossing; D66 staat legalisering van softdrugs voor. Echter, dit is niet te regelen op gemeentelijk niveau. Wel kan D66 een proef met gelegaliseerde teelt voorstellen in Den Haag. D66 verwacht criminaliteit terug te kunnen dringen middels gereguleerde wietteelt. D66 kiest graag oplossingen die werken, D66 is dan ook tegen de wietpas. D66 staat achter het bestaande afstandscriterium voor coffeeshops: overlast voor scholen door coffeeshops wordt zo beperkt.

8 Opgroeien en ontwikkelen

Mensen kunnen het zelf, dus investeer in mensen

Opgroeien en ontwikkelen omvat het uitgroeien van kinderen tot een volwaardig en gelukkig lid van de samenleving.

8.1 Opgroeien

Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. D66 is van mening dat gemeenten een visie dienen uit te dragen die gericht is op preventie van problemen en voor de goede ontwikkeling van jonge mensen.

Alhoewel de uitvoering van het onderwijs de verantwoordelijkheid is en blijft van onafhankelijke scholen en schoolbesturen, heeft de gemeente een belangrijke rol bij het verbeteren van het onderwijs. Gemeentebesturen die zich actief opstellen behalen daadwerkelijk resultaat – D66 vindt dat Enschede dat ook moet doen en schoolbesturen op hun verantwoordelijkheid moet aanspreken.

  • Zorg- en welzijnsinstanties hebben de verantwoordelijkheid
    om, daar waar ouders niet zelf signaleren en actie ondernemen, in te grijpen om zo de vicieuze cirkel te doorbreken.
  • Op het ROC worden, naast de interne zorgstructuur, schoolmaatschappelijk werk, leerplicht en het jongerenloket voor informatie over de arbeidsmarkt zo dicht mogelijk bij het onderwijs georganiseerd. Bij voorkeur zijn genoemde functies fysiek aanwezig op het ROC.

8.1.1 Integrale kindcentra

Investeren in kinderen is van groot belang. Hierbij spelen zowel ouders, onderwijs, opvang- en welzijnspartners een rol. Kinderen zijn het grootste deel van hun leven op school. Juist voor de kwetsbaarste groep kinderen ligt hier de sleutel om de vicieuze cirkel te doorbreken. Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg. Dit biedt de mogelijkheid om bij het op zich nemen van deze belangrijke verantwoordelijkheid de zorg voor deze groep mensen integraal aan te pakken.

  • Consultatiebureau, peuterspeelzalen, voorschoolse opvang, voorscholen, kinderopvang, basisschool, welzijnsinstellingen en hulpverlening dienen samen te werken in Integrale Kindcentra, een voorziening voor kinderen van 0-13 jaar onder één directeur. De doorgaande lijn van één pedagogisch-didactische visie brengt rust en kwaliteit voor ouders en kind. Integrale Kindcentra zijn flexibel in te richten, afhankelijk van de wijk of de behoefte van de bijbehorende basisschool.
  • Voor- en vroegschoolse educatie (VVE), onderwijs voor peuters en kleuters met een taalachterstand, wordt in Integrale Kindcentra systematisch beschikbaar voor alle kinderen. Er komen korte- en langetermijndoelen voor onder andere sociaal emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling.
  • Ouders kunnen in Integrale Kindcentra terecht voor advies, maar ook voor actieve hulp bij het bevorderen van bijvoorbeeld een gezond eetpatroon, de motorische ontwikkeling of de taalontwikkeling van hun kind. De drempel om in dit verband naar een hulpverlener toe te stappen is laag, omdat de afstand klein is. Ook kan hier actief op de mogelijkheden van voor- en vroegschoolse educatie worden gewezen. Indien nodig kan zwaardere hulp ingeroepen worden van de jeugdzorg.
  • Ouders hebben de verantwoordelijkheid
    voor opvoeding op het gebied van gezondheid, voeding, lichaamsbeweging, geweld, drugs en seks. Waar zij hun verantwoordelijkheid echter niet nemen, vindt D66 dat de Integrale Kindcentra moeten inspringen.
  • D66 is voorstander van het verder ontwikkelen van brede scholen naar ‘alles-in-1-scholen’ of Integrale Kindcentra
    waar kinderopvang, voorschoolse educatie, buitenschoolse opvang, sport en cultuur en de school nauwer samenwerken onder één leiding. Hierdoor ontstaat een rijker aanbod dat ten goede komt aan alle kinderen, maar ook taalachterstanden tegengaat en zorgt voor meer gelijke kansen. D66 wil dat de gemeente het initiatief neemt bij het tot stand komen van deze centra.
  • Door de toename van jeugdwerkloosheid
    zullen meer jongeren zonder baan gaan ‘hangen’ en in de kleine criminaliteit belanden. Deze jeugdcriminelen zijn veelal de rest van hun leven probleemgevallen voor de samenleving. Een belangrijk doel van Integrale Kindcentra is dat er na enkele jaren minder jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit is.

8.1.2 Jeugdzorg

Naast transitie vindt D66 vooral een transformatie van de Jeugdzorg van belang. De overheveling van de taken naar de gemeenten dient ertoe te leiden dat de zorg voor jongeren ook echt beter wordt, bijvoorbeeld doordat er per betrokken gezin sprake is van één plan met één duidelijke regisseur.

  • Bij de uitvoering van de jeugdzorg stelt D66 nadrukkelijk het kind centraal. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het helaas niet. D66 is voorstander van decentralisatie van de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg naar gemeenten omdat de overheid zo de zorg voor het kind zoveel mogelijk in de eigen omgeving kan organiseren en het eenvoudiger wordt de verbinding tussen school en werk tot stand te brengen. Jeugdzorg moet vooral gebruikmaken van de eigen kracht van gezinnen. Door effectieve gezinshulp dienen uithuisplaatsingen zo veel mogelijk voorkomen worden. Ook moet er meer aandacht zijn voor waarheidsvinding. Bij melding van verwaarlozing en misbruik handelt de overheid snel, uiteraard met oog voor de specifieke situatie. D66 wil voorkomen dat kinderen onnodig lang in dergelijke situaties verblijven.
  • D66 vertrouwt op de eigen kracht van professionals, ouders en het kind. Professionals, ouders en het kind kunnen in een wederkerige relatie beter preventief te werk gaan dan ambtenaren. D66 wil dan ook dat de gemeente en de professionals kijken naar “wat wel kan” in plaats van “wat niet kan”, en daarbij zoveel mogelijk mèt het kind praten en niet over het kind. Daarnaast wil D66 aandacht voor de match tussen gezinsvoogden en gezinnen: als het niet klikt, moet de gemeente op zoek naar een andere voogd.
  • Wat D66 betreft voert de gemeente of het samenwerkingsverband geen protocollen of urenschema’s in voor professionals. De overheid geeft professionals de ruimte om met het kind, de ouders en andere partijen een individuele aanpak te creëren om maatwerk te kunnen leveren.
  • D66 is voorstander van een wijkgerichte aanpak. Hulpverleners kennen de mensen in de wijk en de problemen die daar spelen. Zij moeten wat ons betreft vooraan staan en een leidende rol krijgen in de jeugdhulp, bijvoorbeeld als regisseur.
  • D66 wil de verwijsrol van de huisarts behouden. De huisarts is een professional en moet kunnen blijven doorverwijzen indien hij of zij dat nodig acht.
  • D66 wil dat de gemeente investeert in vroege signalering van problemen en preventie. Door eventuele problemen al in een vroegtijdig te signaleren, bijvoorbeeld op scholen en consultatiebureaus, kunnen latere problemen worden voorkomen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het huisvesten van Centra voor Jeugd en Gezin in scholen, zodat de drempel om naar hulpverleners toe te stappen zo laag mogelijk is.
  • D66 wil dat de kwaliteit van de zorg is gewaarborgd. Omdat het hier gaat om kwetsbare groepen, wil D66 goed opgeleide jeugdzorgwerkers.
  • D66 zal het college aanspreken op de zorgtaken van het onderwijs, en het aanhaken van deze taken op jeugdtaken. Vanuit het onderwijs kan een sterke preventieve werking uitgaan en hiermee kan de aanspraak op jeugdzorg worden verminderd. D66 wil dat jeugdzorg en onderwijs onder één wethouder vallen, omdat de taken sterk met elkaar verbonden zijn. Er wordt samen met het onderwijsveld invulling gegeven aan passend onderwijs (de vierde decentralisatie).

8.1.3 Een gezonde leefstijl

Het voorkomen van gezondheidsproblemen is cruciaal. Wel is gezond leven in eerste instantie de eigen verantwoordelijkheid. D66 wil meer aandacht voor goede voeding en het belang van voldoende beweging. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een aantal veelvoorkomende ziekten is te voorkomen, te beheersen of uit te stellen door een gezondere levensstijl. Een gezond consumptie- en beweegpatroon dient gestimuleerd te worden.

8.2 Ontwikkelen

D66 geeft prioriteit aan de ontwikkeling van jonge mensen. Investeren in jeugd is bouwen aan een duurzaam goede toekomst. Dáár ligt de brede verantwoordelijkheid van de gemeente als het gaat over onderwijs. De schoolbesturen zijn eerstverantwoordelijk, maar de gemeente is medeverantwoordelijk over de hele lijn, en misschien wel het meest voor de jongste groepen. We hebben onderwijs en kennis nodig om ons te ontwikkelen tot mondige, kundige en wilsbekwame inwoners. Goed onderwijs is de sleutel tot zelfontplooiing van ieder individu. Onderwijs dient ongewenste verschillen tussen mensen kleiner te maken en gewenste verschillen juist groter.

  • Onderwijs is een samenspel tussen de arbeidsmarkt
    en de onderwijssector. De overheid is verantwoordelijk voor het aanbod van goed en toegankelijk onderwijs en dient hierbij rekening te houden met de vraag van de arbeidsmarkt. Om als werknemer flexibel te blijven in een wereld die verandert, is voortdurend om- en bijscholing nodig. Een leven lang leren houdt je een leven lang scherp en aantrekkelijk op een arbeidsmarkt die in beweging is.
  • D66 ziet onderwijs als de sleutel tot zelfredzaamheid. Hierbij horen niet alleen scholen maar óók kinderopvang en peuterspeelzaalwerk (inclusief vroeg- en voorschoolse educatie). Kwaliteitsbewaking rondom de wettelijke taken van dergelijke instellingen is belangrijk, net als vertrouwen in vakmensen.
  • In het kader van persoonlijke ontplooiing
    zijn naast het reguliere taal- en rekenonderwijs ook sport- en cultuureducatie van wezenlijk belang voor het fysieke en emotionele welzijn. Basisscholen moeten hier voldoende ruimte voor krijgen. Samenwerking met sport- en cultuurinstellingen kan vanuit de gemeente worden gestimuleerd (bijvoorbeeld via de reeds actieve combinatiefunctionaris).
  • Goed onderwijs dient voor iedereen toegankelijk te zijn. Scholen en individuen moeten kunnen rekenen op ondersteuning van de randvoorwaarden die bij het onderwijs horen zoals het vervoer van leerlingen die – te wijten aan een handicap – onderwijs nodig hebben buiten hun directe omgeving. Om ouders met vervoer- of opvangproblemen te ontlasten, dient de gemeente met de schoolbesturen in gesprek te gaan om tot gewijzigde lestijden te komen van het speciaal onderwijs t.o.v. het reguliere onderwijs.
  • Het is belangrijk om bij beroeps- en schoolkeuze de voorlichting niet alleen op de kinderen te richten, maar ook de ouders hierbij te betrekken. De gemeente kan een rol spelen door te stimuleren dat scholieren bewust voor een opleiding met arbeidsmarktperspectief kiezen.
  • Met name in het mbo zijn veel scholieren die niet worden opgeleid voor vakgebieden waar een sterke vraag naar is. D66 wil daarom dat bedrijven een opleiding kunnen adopteren, waarbij een bedrijf bijvoorbeeld zorgt voor sponsoring van lesmateriaal naast het bieden van een baan- of stagegarantie. Zo profiteren opleiding en onderneming van elkaar. De gemeente kan hier als verbindende partij een ‘makelaarsrol’ vervullen. Bedrijven kunnen gestimuleerd worden een eigen school met eigen certificering, een vakschool, op te zetten.
  • Er wordt geen geld meer uitgegeven aan prestigieuze nieuwbouwprojecten, maar alleen geïnvesteerd in nieuwbouw en renovatie om de kwaliteit van aantoonbaar slechte leefomgeving van de leerlingen te verbeteren.
  • Als het aan D66 ligt gaat de gemeente, proactief in gesprek met het schoolbestuur van zwakke of zeer zwakke scholen in een gemeente. Dit overleg heeft tot doel om mogelijke verbetertrajecten te ondersteunen, maar ook om ouders actief inzicht te verschaffen in kwaliteit.
  • De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de vaardigheden van leerkrachten ligt in eerste instantie bij hen zelf en bij hun schoolbesturen. De gemeente kan deze ontwikkeling echter actief ondersteunen. Het initiëren van schoolleidersacademies waar schoolleiders elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen en gericht werken aan vaardigheden, is een voorbeeld dat D66 aanspreekt.
  • Waar mogelijk bevordert de gemeente het gebruik van schoolgebouwen buiten schooltijd voor bijvoorbeeld voor sport, cultuur en buitenschoolse opvang (BSO).

9 Dienstverlening

De gemeente is er voor haar inwoners, niet andersom

D66 gaat uit van de gedachte dat de overheid dienstbaar is aan de samenleving en niet andersom. Verder streeft D66 ernaar dat de transactiekosten van dienstverlening zo laag mogelijk gehouden worden voor zowel de gemeente als inwoners en bedrijven. Een dienstbare overheid in de 21e eeuw zorgt voor een breed pakket aan mogelijkheden om diensten te ontsluiten, zo goed mogelijk afgestemd op de behoeften van de ontvanger. Hierbij zijn digitale instrumenten leidend. Eenvoudig (digitaal) beschikbare informatie omtrent de lokale besluitvorming is van cruciaal belang voor de sociaal-liberale maatschappij die D66 voorstaat.

Vanuit de gedachte dat de overheid dienstbaar is aan de samenleving, stelt ze zichzelf constant de vraag of een taak door haar uitgevoerd moet worden, of dat dit aan de maatschappij kan worden overgelaten. Alleen die dienstverlenende taken die de maatschappij niet (volledig) op zich neemt en waarvan dezelfde maatschappij wel aangeeft dat ze moeten worden uitgevoerd, neemt de overheid op zich. De overheid zal altijd eerst kijken of haar taak ook in te vullen is door alleen te controleren, in plaats van deze zelf uit te voeren. De overheid denkt mee met de inwoner en waardeert het als de inwoner met de maatschappij meedenkt.

  • Een voorwaarde voor actief inwonerschap is dat inwoners en bedrijven snel toegang moeten kunnen krijgen tot overheidsbesluiten
    en andere door de gemeente beschikbaar gestelde data. D66 wil dat digitale dienstverlening, open data en het investeren in bijbehorende innovaties een speerpunt blijven voor de gemeente.
  • De begrijpelijkheid en toegankelijkheid
    van de (digitale) informatie wordt verder verbeterd. Concreet denkt D66 dan aan het voorzien van ieder openbaar aangekondigd besluit van een weblink, zodat de burger meteen de juiste versie van het besluit kan lezen. Bestemmingsplannen worden in een handzaam downloadbaar formaat ter beschikking gesteld. Ook zou een digitale attenderingsdienst de inwoner kunnen helpen automatisch bericht te krijgen van nieuwe informatie over de door hem of haar gewenste geografische gebieden.
  • Het digitaal loket van de gemeente dient te fungeren als frontoffice in de communicatie tussen overheid en inwoner. Verder geldt dat overheidsdiensten die op wijkniveau (kunnen) werken zoveel mogelijk in de wijk geplaatst dienen te worden.
  • De openingstijden van de publieksbalies worden aangepast aan de voorkeuren van de inwoner. Dit zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot openstelling gedurende één of twee avonden in de week. Daartegenover staat dan sluiting tijdens minder gewenste tijdstippen, bijvoorbeeld rondom het middaguur.
  • Er zijn groepen inwoners te onderscheiden die veel gemeenschappelijks hebben, zoals bijvoorbeeld studenten en ouderen. Voor die groepen die vaak dezelfde vragen, problemen en behoeften hebben, bundelt de gemeente de informatie met betrekking tot haar dienstverlening. Dit kan de vorm hebben van een specifieke webpagina als enschede.nl/studenten, waar specifieke informatie staat voor studenten. Natuurlijk zullen studenten voor hun gemeentelijke belastingen gewoon bij het gemeentelijk belastingkantoor moeten aankloppen, maar voor studentspecifieke informatie zoals ‘betaalt de huisbaas of ik en mijn huisgenoten de afvalstoffenheffing?’ kan op de studentenpagina een antwoord worden gegeven, eventueel middels een verwijzing. Zo kan de gemeente dienstbaar zijn aan alle inwoners, zonder dat dit veel moeite kost.

10 Luchthaven

In aanloop naar de raadsperiode 2010-2014 is door D66 een helder standpunt ingenomen over de ontwikkeling van de Twente Airport. Tijdens deze raadsperiode zijn Enschede en Overijssel tot overeenstemming gekomen met een exploitant en zal de luchthaven vermoedelijk toch in ontwikkeling genomen worden. D66 heeft zich destijds verzet en daarna altijd kritisch opgesteld tegenover de doorstart van de luchthaven in deze vorm. Niet omdat we tegen werkgelegenheid of internationale handel zijn, maar omdat het ten koste gaat van het groene hart van Twente en de plannen zonder overheidssteun onrealistisch en onhaalbaar zijn.

Op het moment van schrijven is nog niet bekend of de Europese Commissie besluit of de staatssteun geoorloofd is.

Als besloten wordt dat de staatssteun ongeoorloofd is, zien wij dat als het moment om de luchthavenplannen definitief ten grave te dragen en te gaan werken aan een alternatieve invulling van het gebied. Daarbij willen we nadrukkelijk rekening houden met de (economische) gevolgen voor het omliggende gebied en de beoogde werkgelegenheidsdoelstellingen los willen koppelen van het gebied.

Als besloten wordt dat de staatssteun toegestaan is, dan zullen we ervoor waken dat elke stap die gezet gaat worden alleen gezet wordt als het noodzakelijk is om zo onnodig verlies van geld en groen te voorkomen. Zo hoeft niet alle infrastructuur direct aangelegd te worden, dat kan ook als na een aantal jaren blijkt dat de luchthaven inderdaad zo hard gaat groeien als de voorstanders ons willen doen geloven.

Verkiezingsprogramma

Inhoudsopgave